Auteursrecht

Belgische Rechtbank van Eerste Aanleg (Brussel): Scarlet/SABAM

January 22nd, 2009  |  Published in Auteursrecht

Het gaat hier om een Belgische zaak, waarvan ik het (Nederlandstalig) vonnis niet op Internet kon vinden. Dat op zichzelf beschouwd, lijkt me al voldoende reden voor een bericht. Het vonnis van 22 oktober 2008 is hier als een PDF-bestand te downloaden. Het gaat in deze om een vervolg op een zaak die SABAM aanspande tegen Internet Service Provider Scarlet.

Het begin: SABAM/Scarlet

De rechtbank had al eerder vastgesteld dat er sprake was van inbreuken op het auteursrecht op muzikale werken die door SABAM worden beheerd. Ook stelde de rechtbank vast dat daarvoor het internetnetwerk van destijds Tiscali (inmiddels Scarlet) werd gebruikt. SABAM vorderde de staking hiervan. De rechtbank volgde Scarlet, maar vroeg zich alleen nog af in hoeverre het mogelijk was voor Scarlet om, vanuit technisch oogpunt, ook daadwerkelijk een eind te maken aan de onrechtmatigheden. Daarvoor wees de rechter bij tussenvonnis een expert aan. Deze expert oordeelde dat het technisch gezien mogelijk was om met een filter van Audible Magic, ‘Copysense’, een einde te maken aan de onrechtmatigheden. De expert voorspelde ook dat het filter niet optimaal zou functioneren: niet al het beschermd materiaal zou gefilterd kunnen worden, maar ook onbeschermd materiaal zou ten onrechte uit het internet verkeer gefilterd kunnen worden.

Het filter van Audible Magic wordt ook door onder andere YouTube gebruikt om auteursrechtelijk beschermd materiaal op te merken. Een ander probleem zou zijn dat het filter niet toegespitst is op filtering door een ISP, het zou aanpassing vereisen en daarmee een enorme kostenpost met zich meebrengen. Desondanks legde de Belgische rechter Scarlet de verplichting op het onrechtmatige handelen binnen 6 maanden te staken, dit op straffe van een dwangsom. Tegen deze uitspraak stelde Scarlet hoger beroep in, die uitspraak laat nog op zich wachten

Scarlet/SABAM

De zaak kreeg ook een ander vervolg, waarvan hierboven dus het vonnis. Het lukte Scarlet niet de auteursrechtinbreuken te stoppen. De implementatie van Audible Magic was mislukt en de termijn inmiddels verstreken. De onderhandelingen van Scarlet met Audible Magic verliepen moeilijk en daarbij was er een probleem van incompatibiliteit. “De oplossing van Audible Magic herkende niet de standaard MPLS die door Scarlet werd gebruikt”. Om daar iets van te snappen, kun je waarschijnlijk niet volstaan met slechts een rechtenopleiding.

De rechtbank oordeelt dat het onredelijk was om van Scarlet te eisen dat zij tegelijk met de implementatie van Audible Magic’s systeem, naar andere oplossingen zoekt en daartoe de onderhandelingen met andere leveranciers aan gaat. De betaling van de dwangsom wordt daarom door de rechter voorlopig opgeschort. Dit betekent echter nog niet dat daarmee ook de verplichting om te komen tot een oplossing van het illegale file sharen verdwenen is. Dit is een belangrijke nuance, want inhoudelijk verandert de opschorting van de dwangsom niets aan de redenering van de rechtbank. Daaraan kan alleen in hoger beroep nog iets gedaan worden, waarschijnlijk dient die zaak eind 2009.

Dank aan Scarlet voor het vonnis.

Onderzoek: 32% van downloaders weet niet of onbetaald downloaden is toegestaan

January 19th, 2009  |  Published in Auteursrecht

Het Ministerie van Economische Zaken openbaarde gister het rapport ‘Ups and Downs. Economische en culturele gevolgen van filesharing voor muziek, film en games‘ van TNO, SEO en het Instituut voor Informatierecht.

In het rapport wordt onder andere de volgende conclusie getrokken:

“In Nederland is het voor eigen gebruik downloaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal uit file sharing-netwerken, van websites en andere bronnen wettelijk toegestaan. Games vormen hierop een uitzondering omdat zij een ruimere bescherming kennen op basis van hun status als computerprogramma”

Voor juristen geen nieuws, maar het mag nog wel een keer gezegd worden, zeker als stichting Brein schrijft:

“Indien u een bestand download van een P2P netwerk dient u zich ervan te vergewissen dat het een legaal bestand is. Als het gaat om recente muziek en films die u in de winkel/online (iTunes) kunt kopen of in de bioscoop draait dan kunt u ervan uitgaan dat een gratis download exemplaar op een P2P netwerk illegaal is.”

Niet helemaal juist natuurlijk, in het rapport worden gelukkig wel de juiste nuances aangebracht:

“In het geval van peer-to-peer-netwerken (kortweg p2p-netwerken) wordt door gebruikers vaak niet alleen gedownload, maar wordt materiaal, in bezit van de gebruiker vaak automatisch ook ter beschikking gesteld aan anderen. De gebruiker is op dat moment zowel afnemer als aanbieder geworden. Dit delen van bestanden (sharing/file sharing) is min of meer inherent aan het fenomeen p2p.”

Het uploaden van auteursrechtelijk beschermd materiaal is namelijk niet zomaar toegestaan. Het lastige van P2P is dat het veelal downloaden en uploaden verenigt.

Het rapport bevat naast een puur juridische analyse, ook onderzoek van heel andere aard. Zo is er onderzoek gedaan naar de kennis van zowel downloaders als niet downloaders van wetten en regels die betrekking hebben op auteursrecht . Daaruit blijkt dat slechts 15% van de downloaders denkt dat onbetaald downloaden is toegestaan, 44% denkt dat het soms is toegestaan, 9% denkt dat het niet is toegestaan en 32% weet het niet.

P4P, vooral sneller legaal downloaden

November 9th, 2008  |  Published in Auteursrecht, Internet Governance

Op nu.nl viel mijn oog op een artikel: ‘P4P-technologie biedt grote snelheidswinst‘, ook Webwereld besteedde al eerder aandacht aan deze nieuwe technologie. Nu.nl legt P4P als volgt op begrijpelijke wijze uit:

“Bij traditionele zogenoemde p2p-systemen, zoals Bittorrent, worden stukjes van grote bestanden gedownload vanaf servers die zich overal op internet kunnen bevinden. P4P houdt daarentegen rekening met de lokatie van de gebruiker, en probeert zoveel mogelijk fragmenten te downloaden van computers die zich op hetzelfde netwerk bevinden.”

Internet Service Provider Comcast deed al testen met P4P-technologie, ook wel Proactive network Provider Participation for P2P genoemd. Daarvan heeft Comcast verslag gedaan in een Internet Engeneering Task Force-memo. Comcast deed dit experiment samen met andere leden van de P4P werkgroep. Het belang van ISP’s om P4P-technologie toe te passen op hun netwerken is gelegen in de kostenbesparing die het oplevert. De snelheidswinst zit hem in het zo lokaal mogelijk routeren van data, meer daarover is te lezen bij de Universiteit van Washington en meer gedetailleerd in een researchpaper van de onderzoekers die P4P ontwikkelden.

Sneller muziek, films en software downloaden!

Dat is waarschijnlijk het eerste waaraan je denkt, maar helaas. De P4P-werkgroep stelt zich namelijk onder andere het volgende tot doel:

“Determine, validate, and encourage the adoption of methods for ISPs and P2P software distributors to work together to enable and support consumer service improvements as P2P adoption and resultant traffic evolves while protecting the intellectual property (IP) of participating entities.”

Vooralsnog valt er in het researchpaper niets te ontdekken dat lijkt op copyrightfilters of andere mechanismen om de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten te stoppen. Wel is het zo er grote contentproviders deelnemen in de werkgroep en dat de overkoepelende organisatie DCIA het als zijn taak ziet om een einde te maken aan auteursrechtinbreuken:

“Our number one priority clearly is the elimination of copyright infringement and, because DCIA advocates the commercial development of distributed computing (as opposed for example to trying to stop it), our key strategy centers on proliferating legitimate commercial services to displace unauthorized media file sharing currently being conducted by consumers on a massive scale.”

Voorlopig dus geen filters of andere mechanismen, maar met dit in het achterhoofd kan ik het me moeilijk voorstellen dat ze uit zullen blijven. En daarover lees je helaas nauwelijks!

Anders denken over auteursrecht

October 16th, 2008  |  Published in Auteursrecht

De technologie is ver gevorderd maar het auteursrecht raakt achterop: tijd voor een vernieuwing van het auteursrecht. Dat is kort en ongenuanceerd de boodschap van Lawrence Lessig (rechtenprofessor aan de Universiteit van Stanford en medeoprichter van Creative Commons) in de The Wall Street Journal waarin hij zijn nieuwste boek ‘Remix’ aankondigt. Lessig introduceert het onderwerp aan de hand van een zaak die zich even geleden afspeelde en betrekking had op een DMCA-takedown van een YouTube filmpje met in de hoofdrol een 13 maanden oud jongetje dat een origineel dansje doet op ‘Let’s go crazy’ van Prince. Het ging om een filmpje van 29 seconden dat voornamelijk bedoeld was voor familie en vrienden waarin op de achtergrond een CD speler auteursrechtelijk beschermd werk van Prince speelde. Universal, de platenmaatschappij van Prince, stuurde een brief naar YouTube en eiste de verwijdering van het filmpje. YouTube verwijderde het filmpje.

Deze zaak deed stof opwaaien omdat het verzoek om tot verwijdering over te gaan en de verwijdering op zichzelf verre van redelijk waren. De kwaliteit van de achtergrondmuziek was erg laag en het is daarom moeilijk voor te stellen dat er personen zijn die dit YouTube filmpje als een alternatief voor een betaalde kopie van Prince’s ‘Let’s go crazy’ beschouwen.

Mevrouw Lenz, de moeder die het kleine jongetje filmde, stuurde met hulp van de Electronic Frontier Foundation (EFF) een ‘counter-notice‘ aan YouTube waarin zij stelde dat er geen sprake was van een schending van de rechten van Warner. Lenz startte een rechtszaak en eiste dat voor recht verklaard wordt dat de haar filmpje geen inbreuk maakt op het auteursrecht van Warner. De zaak is nog onbeslist, het verloop van de procedure is te vinden bij de EFF.

Anders denken over auteursrecht

“How is it that sensible people, people no doubt educated at some of the best universities and law schools in the country, would come to think it a sane use of corporate resources to threaten the mother of a dancing 13-month-old? What is it that allows these lawyers and executives to take a case like this seriously, to believe there’s some important social or corporate reason to deploy the federal scheme of regulation called copyright to stop the spread of these images and music? “Let’s Go Crazy” indeed!” (Lessig in The Wall Street Journal)

Meer dan vroeger is creativiteit vaak een ‘remix’ van creativiteit van anderen. Nieuwe techniek en digitalisering stellen ons hiertoe in staat. Lessig zou graag een scheiding zien naar amateuristische en professionele creativiteit. Een voorbeeld van een amateuristische ‘remix’ is het filmpje van mevrouw Lenz.

“We need to restore a copyright law that leaves ‘amateur creativity’ free from regulation. Before the 20th century, this culture flourished. The 21st century could see its return. Digital technologies have democratized the ability to create and re-create the culture around us. Where the creativity is an amateur remix, the law should leave it alone. It should deregulate amateur remix.”

Wanneer je voordeel trekt uit de creativiteit van anderen, is een betaling op zijn plek:

“If a parent has remixed photos of his kid with a song by Gilberto Gil (as I have, many times), then when YouTube makes the amateur remix publicly available, some compensation to Mr. Gil is appropriate — just as, for example, when a community playhouse lets neighbors put on a performance consisting of a series of songs sung by neighbors, the public performance of those songs triggers a copyright obligation (usually covered by a blanket license issued to the community playhouse). There are plenty of models within the copyright law for assuring that payment. We need to be as creative as our kids in finding a model that works.”

Wat dat betreft lijkt Buma/Stemra zijn tijd vooruit waar het gaat om de ontwikkeling van licenties voor bijvoorbeeld het embedden van YouTube filmpjes op bedrijfsmatige websites. Het is te betreuren dat dit juist problematisch is in het huidige systeem van auteursrecht, Arnoud Engelfriet legt op zijn weblog uit waarom. Het is niet mijn bedoeling het hele slot van Lessig’s essay in The Wall Street Journal hier te kopiëren. Daarom hier het laatste citaat:

“Copyright law is triggered every time there is a copy. In the digital age, where every use of a creative work produces a ‘copy’, that makes as much sense as regulating breathing. The law should also give up its obsession with ‘the copy’, and focus instead on uses — like public distributions of copyrighted work — that connect directly to the economic incentive copyright law was intended to foster.”

Lawrence Lessig’s nieuwe boek ‘Remix’ is vandaag uitgekomen.